BUITENBEENTJES

Theory of mind

Deze theorie gaat uit van de veronderstelling dat mentale toestanden (mental states) niet onmiddellijk observeerbaar zijn, maar dat ze dienen afgeleid te worden.

Executieve functies

In tegenstelling tot de 'theory of mind'-hypothese, kwam de executieve-functiestheorie niet uit de ontwikkelingsliteratuur. Sommige onderzoekers stelden vast dat bepaalde kenmerken van individuen met autisme leken op die van mensen met een specifiek hersenletsel.

Centrale coherentie

Uitgangspunt is de stelling dat typisch ontwikkelende mensen een neiging hebben om stimuli op een globalistische wijze te interpreteren, rekening houdend met de context. Mensen met autisme hebben daarentegen meer de neiging om de wereld in fragmenten te ervaren.

Theorieën over autisme

5 november, 2007 door Dees

Al ruim 40 jaar worden pogingen ondernomen om te bepalen welke aspecten van autisme primair en welke secundair zijn.  Hierbij stonden steeds andere aspecten van het syndroom in de aandacht, zoals afwijkende waarneming, taal, aandacht, cognities, enz.
 

In de jaren '70 groeide de overtuiging dat autisme een cognitieve stoornis is. Van een echte theorievorming was toen evenwel nog geen sprake. Men kon wel veronderstellen dat de vastgestelde cognitieve eigenaardigheden (zoals bv. gebrekkig abstractievermogen) een impact zouden hebben op het sociaal-communicatief functioneren, maar hoe dit precies in zijn werk ging, was niet onmiddellijk duidelijk.

In het midden van de jaren '80 kwam daar verandering in en werd er een echte theorie voorgesteld die pretendeerde dat een aantal belangrijke kenmerken van autisme het gevolg waren van een primair cognitief tekort: de theory of mind hypothese.

 

Theory of mind hypothese

Baron-Cohen, Leslie en Frith breidden de almaar groeiende literatuur over de 'theory of mind' bij kinderen met een normale ontwikkeling uit naar autisme en toonden bij kinderen met deze handicap een verstoord begrijpen van de mentale wereld aan.

 

Deze theorie gaat uit van de veronderstelling dat mentale toestanden (mental states) niet onmiddellijk observeerbaar zijn, maar dat ze dienen afgeleid te worden. Deze afleiding vereist een complex cognitief mechanisme. De bekwaamheid om mentale toestanden - zoals intenties, wensen, opvattingen, kennis enz. - toe te schrijven aan zichzelf en anderen wordt 'theory of mind' genoemd. Men ging er van uit dat deze bekwaamheid bij mensen met autisme verstoord is.

 

Autisme kent een korte, maar intensieve onderzoekstraditie. Er zijn met name drie belangrijke theorieën ontwikkeld, de theorie van de Theory of Mind, de theorie van de (zwakke) Centrale Coherentie en de theorie van de Executieve Functie. Geen van deze theorieën bieden echter een omvattend en verklarend beeld van autisme. De theorie van het socioschema meent dat wel te bieden. Het uitgangspunt van het socioschema is autisme als een variant van ontwikkeling in plaats van een disfunctioneren. (Martine Delfos)

 

 

 Koelkastmoeder-theorie
`Koelkastmoeder-theorie` is een theorie die in de loop der tijd gebruikt is om hechtings - en/of ontwikkelingsproblemen bij kinderen in het geval van autisme, te verklaren vanuit de onvoldoende genegenheid van ouders. De term is afkomstig van Leo Kanner, maar is bekend geworden door Bruno Bettelheim.


Bij een tweede-orde 'false belief' taak dient men te begrijpen dat iemand anders een verkeerde opvatting heeft over de informatie die nog iemand anders heeft. Om dit te testen, vertelt men bijvoorbeeld het volgende verhaaltje: John en Mary zien een ijskar in het park. John en Mary wandelen weg. Later vertelt men aan John en Mary dat de ijskar niet langer in het park staat maar nu aan de kerk staat. Geen van beiden weet dat de ander deze informatie heeft gekregen. Vervolgens worden vragen gesteld zoals "Waar denkt Mary dat John een ijsje is gaan kopen?"

lees verder over TOM