BUITENBEENTJES

Theory of mind

Deze theorie gaat uit van de veronderstelling dat mentale toestanden (mental states) niet onmiddellijk observeerbaar zijn, maar dat ze dienen afgeleid te worden.

Executieve functies

In tegenstelling tot de 'theory of mind'-hypothese, kwam de executieve-functiestheorie niet uit de ontwikkelingsliteratuur. Sommige onderzoekers stelden vast dat bepaalde kenmerken van individuen met autisme leken op die van mensen met een specifiek hersenletsel.

Centrale coherentie

Uitgangspunt is de stelling dat typisch ontwikkelende mensen een neiging hebben om stimuli op een globalistische wijze te interpreteren, rekening houdend met de context. Mensen met autisme hebben daarentegen meer de neiging om de wereld in fragmenten te ervaren.

Kenmerken

6 november, 2007 door Dees

Stoornis in de sociale wederkerigheid

- het contact is vaak grenzeloos en bizar; er is sprake van objectivering van de ander
- het kind kan plezier en bezigheden met anderen niet delen
- geen troost zoeken bij ouders als ze verdrietig zijn
- niet geknuffeld of aangeraakt willen worden
- geen contact zoeken met anderen
- weinig of geen verbeelding
- weinig of geen rekening houden met anderen
- zich niet kunnen inleven in een ander persoon
- alles letterlijk opvatten, en daardoor dingen (zoals spreekwoorden e.d.) verkeerd opvatten
 
Stoornis in de communicatie:

- het taalgebruik is, hoewel vaak correct, eigenaardig, plechtstatig
- het kind maakt gebruik van stopwoorden en stereotype uitdrukkingen
- gezichtsuitdrukkingen niet snappen
- weinig fantasie in het spel hebben
 
Stoornis in het verbeeldend vermogen:

- het kind is in de ban van één thema, heeft éénzijdige interesses (bijvoorbeeld dinosaurussen, astronomie);
- het kind stelt eindeloos vragen om het vragen;
- het kind verliest zich in fantasieën; fantasie en werkelijkheid worden nauwelijks onderscheiden;
- het kind kan onlogische angsten hebben;
- er is sprake van gefragmenteerd denken en het kind heeft moeite met generaliseren
- erg fel reageren op bepaalde prikkels, denk aan hard geluid of fel licht
- het kan dat een kind met autisme dat zich pijn doet, niet gaat huilen, maar gewoon stil blijft
- in paniek raken van een kleine verandering in leefomgeving of leefpatroon.

 

 

Daarnaast is het aanleren van cognitieve zaken moeilijk, omdat mensen met autisme ook problemen hebben op het kennis-niveau. Deze problemen zijn te onderscheiden in:

Centrale coherentiestoornis (problemen met het aanbrengen van een samenhang)
Beperking van de theory of mind (problemen met het inleven of verplaatsen in een ander individu)
Problemen met executieve functies (problemen met de uitvoerende functie)